
Per 1 januari 2002 werd de euro officieel ingevoerd als nieuwe munteenheid. Vanaf dit moment kunt u in de winkel in euro’s betalen. Ierland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Luxemburg, Oostenrijk, Portugal en Spanje. En op termijn komen er nog wel een paar Europese landen bij. Dat is wel zo makkelijk want tegen die tijd hoeft u geen geld meer te wisselen. Ook het lastige omrekenen tijdens de eerste vakantiedagen is er niet meer bij. De waarde van de euro is al vastgesteld: een euro is f 2,20371 waard. Er zijn momenteel acht munten en zeven bankbiljetten in omloop. Aan kleingeld heeft u rode munten van 2 of 5 eurocent op zak. De munten van 10, 20 of 50 eurocent zijn geelachtig van kleur. Dan is er nog de munt van 1 euro: zilverkleurig met een gouden rand. De munt van 2 euro is te herkennen aan de gele kleur met zilveren rand. De eenheden voor de biljetten zijn: 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro. Het briefje van vijf (terug van weggeweest) is ook in omvang het kleinst; het biljet van 500 euro het grootst.
In 1998 werd de euro al in het betalingsverkeer van banken en giro geïntroduceerd. Dat hebt u gemerkt op uw bank- of giroafschriften. Ook de noteringen op de Amsterdamse effectenbeurs gaan sinds begin 1999 in euro’s.
Vragen over lenen. Alle rechten voorbehouden. ™ 2012.

